
Het Europese afschrikkingsmodel in de periode na de Koude Oorlog was ontworpen voor efficiëntie in vredestijd: compacte, goed getrainde strijdkrachten; een beperkt aantal hoogwaardige platformen; en precisiemunitie die in beperkte hoeveelheden werd aangeschaft – een model op maat van expeditionaire operaties en korte campagnes. De situatie in Oekraïne legt de kwetsbaarheid van die logica bloot. Bij een territoriale verdediging van hoge intensiteit is uitmuntendheid op het slagveld weliswaar belangrijk, maar het is uithoudingsvermogen dat de doorslag geeft. De partij die het meest in staat is om verliezen te absorberen, uitrusting te vervangen, en bijkomende eenheden te genereren en te blijven vechten onder aanhoudend vuur zal uiteindelijk de overwinning behalen.
De uitputtingsoorlog verandert industriële productie in strategie. Vandaag hangt geloofwaardige afschrikking tegen een gelijke tegenstander af van schaalbaar industrieel uithoudingsvermogen – namelijk, de mogelijkheid om input te beveiligen, snel te produceren en aan te vullen en gevechtskracht sneller te herstellen dan dat ze vernietigd wordt. Tegelijkertijd worden leercycli in oorlogstijd binnen domeinen zoals onbemande systemen en elektronische oorlogsvoering gemeten in weken, wat contrasteert met westerse aankoopmodellen die gebaseerd zijn op decennialange, platformgerichte programma’s.
Samen dwingen deze verschuivingen de Westerse strijdkrachten ertoe om hun doctrine en aankoopbeleid aan te passen aan een tijdperk van uitputting, en om weerbaarheid, piekcapaciteit en een snelle herbevoorrading expliciet op te nemen in contractuele leveringsvoorwaarden.
(Alleen beschikbaar in het Engels)
Onderzoekslijnen: Eurazië; Europa
Afbeelding gegenereerd door de AI
